Nederland heeft besloten om geroofde en onder dwang afgegeven cultuurgoederen in bezit van Nederlandse rijksmusea onvoorwaardelijk aan de landen van herkomst, zoals Indonesië te restitueren. Volgens experts is tussen de vier en maximaal tien procent van deze collecties aantoonbaar geroofd. Het gaat dus om staatscollecties en niet om particuliere verzamelingen. Bovendien zouden gekochte en geschonken objecten die zijn verworven in een koloniale context eveneens moeten worden teruggegeven. Feitelijk is deze laatste stelling niet juridisch te onderbouwen maar vooral een ethisch-morele kwestie.
Vanaf 2023 worden ook daadwerkelijk collecties en kunstvoorwerpen die in de koloniale tijd zijn geroofd zoals de kunstschatten uit Lombok (1894) en Bali (1906) gerestitueerd aan Indonesië. Hoewel in sommige gevallen zoals bij de Pitamaha-collectie met Balinese beeldjes en tekeningen (geen roofkunst maar achtergebleven in het Tropenmuseum in Amsterdam) wel het complete verhaal moet worden verteld.
Volgens de overeenkomst van de Ronde Tafel Conferentie in Den Haag (najaar 1949) moesten alle Nederlands-Indische musea (ruim twintig instellingen) met omvangrijke collecties en bijbehorende documentatie maar ook alle (wetenschappelijke) bibliotheken en koloniale archieven integraal worden overgedragen aan de nieuwe staat Indonesië. En dat is ook direct na de soevereiniteitsoverdracht – zonder enige Nederlandse politieke tegenwerping – gebeurd. Maar kunstwerken en collecties van particuliere Nederlandse eigenaren, die zich op dat moment in Indonesië bevonden, vielen buiten deze afspraken.
Er is dus sprake van louter eenrichtingsverkeer en niet van wederkerigheid bij de overeenkomst van teruggave van cultuurgoederen tussen Nederland en Indonesië. Sterker nog: Indonesië verschaft geen transparantie over het lot van onterecht achtergebleven of in oorlogstijd geroofde kunstwerken van Nederlandse particuliere eigenaren. Onlangs zijn nabestaanden van verzamelaars en kunstenaars zoals Egbert van Orsoy de Flines, Anna Resink-Wilkens, Willem Hofker en van Max Alkadrie junior afgereisd naar Indonesië om hun privébezit op zaal of in de depots van musea in Jakarta, Yogyakarta en op Bali te bekijken. In mijn recent verschenen boek Verloren kunst. Het lot van collecties tijdens en na de oorlog in Indonesië (Walburg Pers, november 2024) zijn foto’s van deze confrontaties met hun kunstwerken in de huidige Indonesische staats- en particuliere musea afgebeeld.
Aan de hand van achttien casestudies zal de geroofde of spoorloos verdwenen kunst in oorlogstijd en daarna, de deals en soms opvallende terugkeer van kunstwerken op internationale veilingen en in Indonesische musea inzichtelijk worden gemaakt. De focus ligt op het lot van het particulier kunstbezit van Nederlands-Indische verzamelaars en kunstenaars. Is restitutie van deze privéverzamelingen en kunstwerken aan de rechtmatige eigenaren of hun directe nabestaanden een optie?
© Louis Zweers, Rijswijk, 31 mei 2025